Onder de kastanjeboom

Onlangs schreef ik me in bij het handelsregister zodat ik mijn boek ‘achter de afleiding’ kan gaan verkopen via mijn website. Ik moest hier tevens een zakelijke bankrekening voor openen. 

Op de fiets terug naar huis had ik het doel een bank tegen te komen. Zonder smartphone ben je dan op je eigen organische zoekmachine aangewezen. Ik vond het leuk dit te onderzoeken en besloot niemand naar de weg te vragen. Ik wilde wel eens zien waar ik mijzelf heen ging brengen.  

Ik fietste van het centrum naar het zuiden van de stad en voelde dat ik ging kijken in het buurtje waar ik ben opgegroeid. Ik fietste over het dijkje, er weer naar beneden, bij het paadje in. Deze liep af in een straat, waar ik vroeger wandelde als ik uit school kwam. Het was alsof ik door een poort fietste en een sterk liefdesveld me tegemoet kwam.  

De rust en gemoedelijkheid overvielen me, terwijl ik net uit de drukte van de stad kwam. Het was precies zoals ik het me herinner uit mijn kindertijd. De wijk staat vol huizen die in de naoorlogse periode gebouwd zijn, allen met een achtertuin en grindpaadjes ertussen. Groene haagjes, die laag genoeg zijn om praatjes met de buren te maken. De wegen zijn met donkerrode klinkers bestraat en er zijn overal, jonge bomen.

Zijn de bomen ‘verjongd’ of fiets ik in mijn kindertijd?

Ik geniet van het harmonieuze gevoel dat ik hier ervaar en herinneringen komen naar boven. Wat heb ik fijn gespeeld met mijn vriendjes en vriendinnetjes en wat hebben we veel kattenkwaad uitgehaald! De stukjes bos waar we vroeger boomhutten maakten en stiekem fikkie stookten, zijn vervangen door laagbouw appartementen. Wonder boven wonder heeft de buurt toch het gevoel van vrije ruimte vast weten te houden.

Onderweg op de fiets ernaar toe vroeg ik me nog af, zou ik hier wel echt gewoond hebben?

Ik stapte van mijn fiets af en liep over de grindpaadjes. Ik wist nog dat ik het knarsende geluid van de hele kleine steentjes zo fijn vond om op te rennen. Hier heb ik vaak genoeg mijn knieën op opengehaald. Ik was een kind dat rondrende met van die vierkante stukjes stof op haar broek. Mijn moeder naaide ze, standaard op elke broek, ter hoogte van mijn knieën. Ik vond het wel lief, want het beschermde mijn knieën.  

Blijkbaar voelde ik dat ik sneller kon rennen dan ik als kind kon rennen. En ik kon snél rennen.

Ik liep langs het huis waar ik de eerste elf jaar van mijn leven woonde. Mijn slaapkamer was aan de voorkant. Ik sliep in een, door mijn vader getimmerde, hoogslaper van donker bruinrood gebeitst hout. Mijn muren waren knal oranje geschilderd. Was hip in de jaren 70.

De badkamer lag ernaast. Ik herinner me gesprekken die ik daar als klein meisje met mijn moeder voerde. Zij wist niet wat ze met mij aan moest. Ik vertelde dat ik van een andere planeet kwam. Ik begreep er niets van als mijn moeder verdrietig was en dat mijn ouders moesten werken. En waarom mijn moeder ‘het gevoel’ vergeten was. Zij vroeg me dit gevoel te omschrijven en ik kon het niet. Er waren op deze plek geen woorden voor en, ik begon het zelf ook te vergeten.

Naast mijn oude huis staat een winkelpandje, waar ik veel gespeeld heb. In de winter maakten we er kerststukjes en mocht ik er uren met kaarsen en dennentakken aanrommelen. En natuurlijk gaf ik alle planten water, dat vond ik het leukst om te doen.

Inmiddels vergeet ik het thuis wel eens, de tijd loopt soms gek of ik was even elders. Gelukkig zijn mijn planten het gewend en zijn zij communicatief zeer vaardig. Ze roepen me op water te geven als ze dorst hebben. Ik kan dan ook écht niet weigeren, het moet ook direct. Nu. Ik luister naar ze, een afspraak.

Ik liep om het pand heen, de gaten waar vroeger de kauwgomballen automaat in hing, zitten er nog steeds. Ik weet nog dat mijn vader hem eraf haalde omdat hij er half afhing. Mijn vriendjes en ik zagen onze kans schoon, wij wilden de automaat helemaal leegroven. We hadden het gemunt op die verrassingsbollen. Mijn vader was onverbiddelijk, we moesten eraf blijven.

Opeens viel mij de kastanjeboom op. Het was de enige oorspronkelijke boom die er nog stond. Een prachtige hoge boom. Wat bijzonder dat hij er nog staat tussen al die jonge bomen. Onder de boom lag grofvuil te wachten op de ophaal dienst. Een vrouw, figurant, liep langs en besloot de vuilniszakken te doorzoeken.

Ik zag de boom en moest haar gewoon een knuffel geven. Het kon me niets schelen of die vrouw er iets van dacht. Het grappige was, dat ze me niet eens zag.

Achter mijn zonnebril huilde ik van blijdschap bij het voelen van deze mooie boom. Ik had haar gemist. Ik bedankte haar voor de bescherming die zij mij bood in mijn kinderjaren. Het hele veld om deze boom heen is pure liefde en harmonie. Ik deelde mijn frequentie met die van haar terwijl ik mijn handen op haar barst legde en ik mijn levenskracht in haar voelde stromen.

Synchronisatie. Gaia. Vrienden.

In een flits ervaarde ik kinderherinneringen door mijn lichaam heen. Uren heb ik onder haar doorgebracht, alleen en met vriendjes. We knikkerden er, gooiden met een tennisballetje tegen de muur en speelden tikkertje terwijl we om haar heen renden en lachten van plezier.

De oorspronkelijke bomen zijn overal waar te nemen. En deze boom stond hier niet toevallig, zo precies naast mijn ouderlijk huis. Ik voel dat ik haar mag zien en aanraken. Het was een emotioneel wederzien.

Ik stapte een veld in van vroeger. Ze was in de bovenkant flink gesnoeid waardoor zij niet haar maximale lengte kan bereiken, maar haar wortels reiken ver en staan in verbinding met het leven thuis.

Ik besef dat de tijd niet bestaat zoals die zich hier aandient. Het bezoek dat ik aan mijn jongere ik bracht heeft mij diep geraakt. Verstandelijk kan ik niet bevatten wat er gebeurde, maar ik voel en ervaar het.

Ik gaf de boom een kus en bedankte haar als bewaarder van de frequenties van mijn jongere ik. In diepe dankbaarheid fietste ik uit het veld.

Toen ik bijna thuis was bedacht ik mij twee dingen. Die zakelijke bankrekening openen doe ik een andere dag en:

Heb ik deze boom van Gaia gevraagd mijn jongere ik te beschermen met haar liefdesveld, of heb ik mijn eigen kracht van nu daarvoor aangewend?

Heb ik haar bedankt voor haar bewezen diensten in het verleden? Vindt het nu allemaal tegelijk plaats en zijn deze tijden één? Werken wij samen?

Vriendschap met al dat leeft: bomen, dieren, mensen, we zijn allemaal Gaia. Autonoom en samen staan wij en zijn wij in bronkracht met elkander verbonden.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Translate »